18-05-2024

#70 GelijkGezond: Ongelijke behandeling voor gelijke uitkomsten

GelijkGezond is het initiatief van Marcel Geurts, Anouk Op het Veld en Joris van Eijck dat de strijd aanbindt met de gezondheidsverschillen in Nederland.

GelijkGezond is het initiatief van Marcel Geurts, Anouk Op het Veld en Joris van Eijck dat de strijd aanbindt met de gezondheidsverschillen in Nederland. De 20% mensen met de laagste inkomens leeft gemiddeld ruim 9 jaar korter dan de 20% mensen met de hoogste inkomens. Het verschil in gezonde levensverwachting tussen arm en rijk is met ruim 22 jaar nog groter. En deze verschillen nemen toe, maar niet als het aan GelijkGezond ligt!

Het verkleinen van gezondheidsverschillen is een ambitie die in veel regionale plannen in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) beschreven staat. GelijkGezond gaat gericht en praktisch aan de slag om gericht voor de échte vraag van de burger oplossingen en ondersteuning te zoeken, ongeacht de bron van de financiering. Daarbij is een grote rol voor de huisarts en de gemeente weggelegd en wordt bestuurlijke drukte en hulpverlenersdrukte vermeden.

Om dit structureel mogelijk te maken, werkt GelijkGezond als stichting samen met een aantal financiers die hiervoor bereid zijn akkoord te gaan met een bescheiden financieel en een hoog maatschappelijk rendement.

Meer informatie over GelijkGezond is te vinden op www.gelijkgezond.nl

Inzichten uit de Vintura-podcast Slimme Zorg, met dr. Oemar van der Woerd, onderzoeker en docent bij de vakgroep Health Care Governance en het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur van de Erasmus School of Health Policy and Management. In gesprek met host Melanie Knieriem, strategisch adviseur en onderzoeker bij Vintura.

Samenvatting: Regionale zorgnetwerken worden in het Nederlandse zorgbeleid steeds vaker gezien als dé oplossing voor arbeidsmarkttekorten en versnippering. Maar wie de praktijk van binnenuit bestudeert, ziet een genuanceerder beeld, stelt netwerkonderzoeker dr. Oemar van der Woerd (Erasmus Universiteit Rotterdam) in de podcast Slimme Zorg van Vintura. De regio is ‘verre van uitontwikkeld’: grenzen zijn diffuus, democratische legitimiteit ontbreekt en de stapeling van netwerken zorgt voor bestuurlijke drukte. Zijn advies: minder governance-reflex, meer inhoudelijk en reflectief gesprek, en eigen organisatiebelangen juist wél op tafel.

Wat is slimme zorg volgens Oemar van der Woerd?

Slimme zorg is zorg die tijdig voorbij de medische wereld kijkt, illustreert Van der Woerd met een persoonlijk voorbeeld. Toen zijn moeder anderhalf jaar geleden een herseninfarct kreeg, dacht een CVA-verpleegkundige in het ziekenhuis al vroeg mee over de thuissituatie ná ontslag, niet alleen met zijn moeder, maar met het hele gezin. “Alles wat niet medisch is, werd al in het ziekenhuis besproken. Dat vond ik oprecht slim, omdat het tijdig voorbij de medische wereld keek”, aldus Van der Woerd. Doordat de verpleegkundige, zelf ervaringsdeskundige, de nog onbekende wereld na het infarct alvast schetste, kon de familie concrete afspraken maken over mantelzorg en ondersteuning.

Wat is een regionaal zorgnetwerk?

Een regionaal zorgnetwerk is een (in)formeel samenwerkingsverband van meerdere zorgorganisaties en andere partijen in een regio, opgericht om de zorg voor inwoners anders en gezamenlijk te organiseren, bijvoorbeeld als antwoord op tekorten aan personeel of medische capaciteit. Van der Woerd onderzocht vijf jaar lang etnografisch (door mee te lopen, bestuurders te schaduwen en netwerkoverleggen te observeren) hoe zulke netwerken in de praktijk ontstaan. Zijn proefschrift ‘De etnografie van zorgende netwerken: het uiteenrafelen van een sturingsorde in de maak’ (Erasmus Universiteit, 2024) volgde onder meer een regionaal ouderenzorgnetwerk in Zeeland, opgericht vanwege het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde, en de BeterKeten: een stevig regionaal ziekenhuisnetwerk in Groot-Rijnmond met daaronder ziektespecifieke netwerken, van schildklierzorg tot andere ziektebeelden.

Waarom is ‘de regio’ niet vanzelfsprekend?

Omdat niemand precies weet wáár de regio begint en eindigt, en omdat de beleving ervan per plek radicaal verschilt. Nederland kent tientallen overlappende regio-indelingen: zorgkantoorregio’s, ROAZ-regio’s, GGD-regio’s en gemeentelijke indelingen. In Zeeland zag Van der Woerd hoe diffuus dat uitpakt: Zeeuws-Vlaanderen verhoudt zich in de praktijk meer tot de Belgische ziekenhuizen in Gent en Knokke, terwijl Tholen veel dichter is georganiseerd bij West-Brabant en samenwerkt met het ziekenhuis in Bergen op Zoom en ouderenzorgorganisatie Tante Louise. “De beleving van wat dat regionale netwerk zou moeten zijn, is heel erg diffuus, met zelfs culturele en religieuze aspecten tussen de eilanden”, aldus Van der Woerd. Zijn hoofdconclusie: de regio als plek van sturing is nog sterk in ontwikkeling, terwijl beleid er soms al mee omgaat alsof zij is uitontwikkeld.

Wie beslist er eigenlijk in de regio?

Dat is precies het probleem: de regio is een bestuurlijk ‘niemandsland’ tussen het nationale en het lokale, zonder eigen democratische structuur. “We gaan niet naar regionale verkiezingen, maar er wordt wel een hoop besloten op regionaal niveau over zorg en gezondheid in brede zin”, constateert Van der Woerd. Dat niemandsland biedt ruimte voor creatieve experimenten die binnen bestaande structuren niet mogelijk zijn, maar roept ook fundamentele vragen op over democratische legitimiteit, en over welke verschillen tussen de zorg in de ene en de andere regio we maatschappelijk acceptabel vinden. Vragen die volgens hem in het beleidsdebat te snel terzijde worden geschoven.

Wat zijn ‘vage figuren’ in de zorg?

‘Vage figuren’ is de term, nadrukkelijk zonder negatieve connotatie, waarmee Van der Woerd in zijn proefschrift de groeiende groep regioadviseurs en regiomanagers aanduidt: aangestelde vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, zorgkantoren en systeempartijen zoals het ministerie van VWS en de NZa, die regio’s ondersteunen bij het vormen van netwerken. Hun rol is ‘vaag’ omdat ze die zelf al doende moeten uitvinden: in de ene regio schuiven ze aan bij een bestuurlijke tafel, in de andere denken ze mee in een praktisch experiment. Ze leggen uit hoe wettelijke kaders werken (“jullie kúnnen met dit regionale initiatief aan de slag”), verleiden aarzelende regio’s om gewoon te beginnen, en fungeren als vliegwiel tussen regio’s door kennis en contacten door te geven. In Zeeland zag Van der Woerd zorgkantoor CZ, VWS en de NZa gezien de urgentie zelfs actief samen optrekken met lokale partijen om het netwerk van de grond te krijgen.

Wat betekent netwerkvorming voor zorgbestuurders?

Netwerkvorming verandert de bestuurlijke rol fundamenteel. Eén uitspraak van een ziekenhuisbestuurder is Van der Woerd altijd bijgebleven: “Mijn organisatie is zo verknoopt met allerlei andere organisaties en netwerken. Waar ben ik dan eigenlijk nog verantwoordelijk voor?” Netwerken sijpelen door in alle organisatielagen, van bestuurskamer tot uitvoerende teams, en de spanning tussen netwerkbelang en organisatiebelang is overal voelbaar: bestuurders worden door hun raad van toezicht immers afgerekend op de prestaties van de eigen organisatie. Regionale ambities uit mooie regioplannen “slijten snel als je weer je organisatie wordt ingetrokken en te maken hebt met tekorten in je eigen medische dienst of de gevolgen voor je bedrijfsresultaat”. Ook netwerkcoördinatoren zitten klem in die schakelpositie: als ‘mannetje van alles’ worden ze geacht overal van te zijn, maar kunnen ze onmogelijk alle netwerkproblemen oplossen.

Kan netwerkvorming ook doorslaan?

Ja, en dat gebeurt volgens Van der Woerd inmiddels in meerdere regio’s. De paradox: netwerken zijn bedoeld als middel, maar dreigen een doel op zich te worden. Met vier à vijf deels overlappende netwerken per regio (ouderenzorg, gemeentelijk domein, ziekenhuiszorg) ontstaat een ‘spaghetti’ van bestuurlijke en professionele drukte waarin netwerken zelfs met elkaar concurreren. Scherper nog: de beleidsmatige verleiding om overal nieuwe regionale netwerken op te richten heeft op momenten reeds bestaande, informeel goed functionerende samenwerkingen kapotgemaakt. “Zijn we niet een hele nieuwe governancelaag aan het oprichten die juist voor een hoop verwarring en irritatie zorgt?”, vraagt hij. Zijn remedie is een reflectieve vraag die hij elk netwerk gunt: is het nog nodig om dit netwerk te continueren? Het antwoord mag ja zijn, maar dan weet je tenminste weer waarom het netwerk bestaat.

Hoe houd je een zorgnetwerk levend en relevant?

Door ‘lenigheid’: het vermogen om doelen aan te scherpen als de context verandert. Het mooiste voorbeeld uit zijn onderzoek is de BeterKeten in Groot-Rijnmond. Dat netwerk begon ruim tien jaar geleden met een afgebakende reden: kwaliteitsindicatoren en volumenormen dwongen ziekenhuizen om operaties slim te verdelen. Het netwerk ontwikkelde zich vervolgens bewust door naar een breder regionaal doel: de inhoudelijke vraag welke samenwerking het Erasmus MC en de omliggende ziekenhuizen met elkaar wíllen. “De vraag ‘moeten we hiermee verder?’ wordt in veel netwerken in de schaduw gesteld, maar kan juist meer diepte creëren”, aldus Van der Woerd. Zulke reflectieve vragen maken het gesprek ook persoonlijker: waarom zit ík hier, en met welk verhaal kom ik terug in mijn organisatie?

Hoe bouw je een succesvolle regionale (preventie)infrastructuur?

Niet met de governance-reflex (het op papier kloppend maken van structuren), maar met een inhoudelijk en open gesprek, adviseert Van der Woerd, gevraagd naar de regionale preventie-infrastructuur die elke regio moet opzetten. Zijn concrete aanbevelingen uit vijf jaar netwerkonderzoek:

  • Bespreek waartoe de infrastructuur dient en wat die betekent voor elke afzonderlijke organisatie. Betrokkenen willen haar op verschillende manieren gebruiken, en dat mag.
  • Leg eigen organisatiebelangen actief op tafel. In veel netwerkoverleggen schuiven deelnemers hun eigen belang weg achter het overkoepelende regiodoel. “Dat is zonde, omdat je de ander te weinig gelegenheid geeft om te leren kennen waaróm jij hier zit”, stelt Van der Woerd. Abstracte netwerkdoelen leven niet; de onderliggende ‘ondertiteling’ wel.
  • Organiseer relationele transparantie: ruimte om te delen wat er in de eigen organisatie speelt (een cultuurverandering, een taaie bedrijfsmatige situatie) voordat het overleg inhoudelijk start.
  • Scheid het bestuurlijke overleg van een reflectief netwerkgesprek. Operationele perikelen zijn belangrijk, maar verdringen de diepere vragen. Een apart, reflectief gesprek dwingt tot de vragen die het netwerk laten slagen. Pittig om te organiseren, maar het loont.

Hoe ziet de toekomst van zorgnetwerken eruit?

De nadruk op de regio is ‘here to stay’, verwacht Van der Woerd, en daarmee ook de fundamentele vragen. Met collega’s onderzoekt hij nu gedeeld leiderschap in netwerken, onder meer in de jeugdzorg en de GGZ: ben je verantwoordelijk voor alleen je eigen organisatie, of zijn er gedeelde verantwoordelijkheden in het netwerk? Ook systeemvragen dringen zich op: welke regelruimte is nodig om regionale netwerken robuust te maken, in plaats van ze van budget naar budget te laten hoppen? Zijn proefschrift eindigt met een waarschuwing die hij de sector meegeeft: waar cliënten en patiënten nu tussen organisaties vallen omdat wettelijke kaders niet aansluiten, dreigt een toekomst waarin burgers tussen netwerken vallen: netwerken die elk integraal georganiseerd zijn volgens hun eigen logica, maar onderling overlappen, schuren en concurreren.


Veelgestelde vragen over regionale zorgnetwerken

Wat is een regionaal zorgnetwerk?

Een (in)formeel samenwerkingsverband van zorgorganisaties en andere partijen in een regio om de zorg voor inwoners gezamenlijk te (re)organiseren, bijvoorbeeld als antwoord op arbeidsmarkttekorten. Voorbeelden zijn het regionale ouderenzorgnetwerk in Zeeland en het ziekenhuisnetwerk BeterKeten in Groot-Rijnmond.

Is regionale samenwerking de oplossing voor de problemen in de zorg?

Niet vanzelf. Netwerkonderzoeker Oemar van der Woerd (Erasmus Universiteit) is voorstander van samenwerking, maar waarschuwt dat de regio als sturingsniveau nog verre van uitontwikkeld is: randvoorwaarden ontbreken, wettelijke en inkoopkaders zijn gericht op individuele organisaties, en de stapeling van netwerken creëert bestuurlijke drukte.

Wat zijn ‘vage figuren’ in de zorg?

De term waarmee Van der Woerd (zonder negatieve lading) de opkomende groep regioadviseurs en regiomanagers aanduidt: vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, zorgkantoren, het ministerie van VWS en de NZa die regio’s ondersteunen bij netwerkvorming, wettelijke kaders uitleggen en regio’s stimuleren of verleiden om te beginnen.

Waarom mislukken zorgnetwerken soms?

Vaak door de governance-reflex (structuren op papier kloppend maken zonder inhoudelijk gesprek), verzwegen organisatiebelangen, onduidelijke besluitvorming en mandaten, en netwerkdrukte: vier à vijf overlappende netwerken per regio die met elkaar concurreren. Nieuwe formele netwerken kunnen bovendien goed functionerende informele samenwerking verdringen.

Wat kunnen zorgbestuurders concreet doen?

Eigen belangen actief op tafel leggen in plaats van ze weg te schuiven achter het regiodoel, relationele transparantie organiseren, het bestuurlijke overleg scheiden van een reflectief netwerkgesprek, en periodiek de bestaansrechtvraag stellen: doen we als netwerk nog waarvoor we zijn begonnen?


Gebaseerd op de Vintura-podcast Slimme Zorg, waarin host Melanie Knieriem in gesprek gaat met dr. Oemar van der Woerd, onderzoeker en docent bij de vakgroep Health Care Governance en het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur van de Erasmus School of Health Policy and Management (Erasmus Universiteit Rotterdam). Bij de totstandkoming van dit artikel is AI ingezet als redactioneel hulpmiddel, onder eindverantwoordelijkheid van Vintura. Beluister de volledige aflevering via Spotify of je eigen podcastplatform.

Delen
Positie beëindigd per 2/9 i.v.m. start als staatssecretaris