Coronacrisis als duurzame versneller van digitalisering in de zorg

Uit de blogreeks 'Post-Corona start nu': In het zorgnieuws zien en horen we het dagelijks terug: digitalisering is één van de meest veelbelovende manieren om de achterstand in reguliere zorg niet te ver te laten oplopen.

Bovendien is digitalisering van zorg een goede manier om zorg te leveren in de anderhalvemeter samenleving. De patiënt blijft immers op afstand, niet alleen van de zorgprofessional, maar juist ook van andere patiënten. Toch is digitalisering niets nieuws. De mogelijkheden voor zorg op afstand zijn er al jaren. We zien echter dat implementatie tot dusver mondjesmaat en gefragmenteerd gebeurde. Hoe komt dit? En hoe kunnen we het momentum dat nu ontstaat in de coronacrisis aangrijpen om hier blijvend iets in te veranderen?

Het momentum voor digitalisering van zorg door de Coronacrisis​
Figuur 1. Het momentum voor digitalisering van zorg door de Coronacrisis​

Van “Technology push” naar Professional pull”

Als we de huidige stand van digitale zorg bekijken, dan wordt het belang ervan zeker erkend. Dit uit zich in de vele congressen, whitepapers, webinars en podcasts hierover. De focus ligt echter op de lange termijn. Iedereen ziet in dat digitalisering belangrijk is en kansen biedt, maar actie blijft beperkt tot pilots; we pakken niet door. Er worden veel projecten gestart, maar het komt zelden tot fundamenteel anders inrichten van de zorg. De korte termijn noodzaak was vooralsnog beperkt. Waar de urgentie ontbreekt, verandert er doorgaans weinig.

De uitweg die digitalisering kan bieden uit andere urgente problemen, zoals financiële druk, bood te weinig perspectief om deze op te pakken. Dit hangt wellicht samen met de richting van waaruit verandering geboden werd: de hoek van de technologen. Er is sprake van een zogenaamde “technology push ” in plaats van een “professional pull”. Het aanbod sluit daarmee niet aan op de vraag. Ook is de interoperabiliteit van systemen beperkt, wat implementatie bemoeilijkt. Wellicht is dit een van de oorzaken dat het telkens niet lukt om de pilotfases te overstijgen.

Daarnaast is digitalisering van zorg meer dan de inzet van een tool en vraagt om ook de niet-digitale stappen in het zorgpad anders in te richten. De succesvolle voorbeelden in de markt vinden weinig navolging op grote schaal. De weerstand om de status quo te veranderen is van verschillende kanten onverminderd hoog.

Uit onverwachte hoek

Ondertussen dient zich een onverwachte “professional pull” aan vanuit de medische professionals. Door de coronacrisis is er een plotseling hoge urgentie om met digitalisering aan de slag te gaan. Het was een kwestie van enkele weken voordat het merendeel van de artsen en verpleegkundig specialisten overstapten op digitale consulten via mail en videobellen. Ook de CoronaCheck-app was in een mum van tijd ontwikkeld en uitgerold. Zoals we vaker zien: urgentie leidt tot handelen.

Een andere versneller in deze nieuwe realiteit, is dat de oplossingen zeer snel ontwikkeld konden worden. Vanuit de leveranciers was er flexibiliteit om de juiste technologieën te ontwikkelen en aanbieden. De financiering werd snel aangepast om ook het eerste consult via videobellen mogelijk te maken. Zeker deze actie van de NZa heeft veel zorgverleners het laatste duwtje gegeven om over te stappen op digitaal. En het werkt! De tevredenheid onder medisch professionals en patiënten is groot. Daarbij helpt ook het draagvlak: zowel bestuurlijk als onder professionals is de weerstand tegen verandering weg. De status quo bestaat immers even niet meer op dit moment.

Structurele borging van de ingezette digitaliseringsslag

Met al deze positieve ontwikkelingen in digitalisering is het goed om alvast vooruit te kijken. Wat gebeurt er als straks de rook om ons hoofd is verdwenen en we samen over gaan tot de nieuwe orde van de dag? Het zou zonde zijn als de nu ingezette digitaliseringsslag dan niet doorgezet wordt.

Dit betekent dat nu het moment daar is om naar de structurele borging te kijken. Op het gebied van techniek, maar zeker ook van organisatie van zorg. Zorgaanbieders die nu uit noodzaak sneller dan gepland (en wellicht zelf verwacht) een grote digitaliseringsslag hebben gemaakt, moeten bepalen hoe digitalisering past binnen hun portfolio en organisatiestructuur. Waar nu ad-hoc zorgpaden zijn ‘gedigitaliseerd’, zit de uitdaging om de voordelen en flexibiliteit van digitalisering uit te bouwen, ook wanneer fysieke afspraken ook weer mogelijk zijn. Hierbij ligt ook een rol weggelegd voor de zorgverzekeraars om duurzaam te sturen op optimalisatie.

Van puntoplossingen naar uniformiteit

Zoals gezegd zal het in de komende periode belangrijk zijn om te uniformeren. Hoewel er namelijk veel goeds gebeurt, is deze verandering wel gefragmenteerd. Er zijn allerlei ‘puntoplossingen’: iedere aanbieder heeft zijn eigen manier gekozen om digitalisering te versnellen.

Zelfs binnen ziekenhuizen is er gekozen voor verschillende systemen die lastig met elkaar en met het EPD communiceren. Het is goed om hierin zo snel mogelijk één lijn te trekken. In ieder geval binnen ziekenhuizen, maar het liefst ook regionaal. Dit helpt in een effectieve samenwerking tussen 1e, 2e en 3e lijn. Wat die andere verandering die we nu even vergeten zijn – Juiste Zorg op de Juiste Plek – straks weer gaat versnellen. Als laatste raden we aan het delen van ervaringen op te starten, op een landelijk niveau. Van daaruit kan gewerkt worden aan uniformiteit. Alleen dan is digitalisering straks echt in het voordeel van de patiënt.

“Kortom: laten we samen de verandering die nu gaande is omarmen. Door nu alvast na te denken over de verdere ontwikkeling van digitalisering, helpen we samen het stelsel verder vooruit.”

Delen